Over een maand begint de
Het angstzweet breekt me uit als ik daar aan denk. Hijgend betrap ik mezelf keer op keer op schrik als ik er net aan heb gedacht. Vorig jaar keek ik er zeer naar uit. En afgelopen winter had ik er opnieuw eerder zin in dan schrik van.
Maar nu is dat veranderd. De beide vorige sesshins zijn zó ingrijpend geweest...
Een volle week stilte, of nagenoeg geheel stil zijn. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Sterker nog, ik vind het welhaast jammer als aan het eind van de week de stilte weer wordt opgegeven, weggegeven aan het geraas van alledag. De regelmaat als een Zwitsers uurwerk, de weinige uren slaap (zo'n vier uur er nacht), ook daar heb ik weinig moeite mee. Het vrijwel altijd in een groep verblijven gedurende de week, hoewel dat niet mijn voorkeur heeft, geeft geen problemen.
Ik geniet van de keuken, van de Teisho's en het persoonlijk onderhoud, van de omgeving, van de ruimte om mij heen en die langzaam maar zeker in mij ontstaat tijdens het eindeloze zitten.
En die ruimte, dat is waar het gebeurt. En dat wat gebeurt is onvermijdelijk en is wat me nu vrees inboezemt.
De vorige twee Sesshins hield ik al schrijvend bij wat er gebeurde in die eindeloze ruimte. Verdriet, al even eindeloos als de ruimte. Waanzin en enorme vreugde. Het wisselde elkaar in hoog tempo af en putte me uit alsof zelfs het merg in mijn botten vermoeid raakte.
Die vermoeidheid is nog tot daaraantoe. En het verdriet en de vreugde kunnen overweldigend zijn, maar zijn beide wat ze zijn en goed te dragen (hoewel ze zich af en toe wat luidruchtig manifesteren).
Het is de waanzin die me angst inboezemt. Volkomen waanzin die toesloeg, tot twee maal toe. Logica van een andere wereld, beelden en gedachten voorbij de absurditeit. Volkomen er aan voorbij. De boekjes die ik schrijf, getuigen er van.
Een [...] sombere ervaring was het 'wegvallen van de wereld'. Me realiseren dat de hele wereld van onder mijn mat was verdwenen. Dat riep een diep gevoel van eenzaamheid op, dat lang naijlde. Ondanks het feit dat ik me in een fractie van een seconde realiseerde dat er niets van klopte natuurlijk. De wereld was er nog gewoon.
[...]Verbazingwekkende wereld waarin ik terecht ben gekomen. Het lawaai van het koekje
's ochtends ! Het feit dat ik zonder te tellen wist dat er op een andere plek dan waar ik was, zeven kannen stonden en dat ik dat nu nog weet.
In dag drie verandert plots mijn handschrift. Waar de waanzin in eerdere momenten sluimerde en af en toe een lacune vulde, neemt ze het nu over:
Nou, dat was lachen. Nee, echt. Dat was lachen. Alsof ik veel te veel had gedronken zonder dronken te zijn. Dronken van blijdschap. Uren uitbundig tot binnenpretjes. Tot mijn keel zo moe was dat ik van het lachen moest kotsen. En daar doorheen opnieuw lachen.
De vitrage is weg voor de ramen.[...][D]e troep in de zendo op en rond de matten. Lawaai aan mijn ogen.
[...]Als voor het ontbijt de groep de Hartsoetra reciteert, doet de tafel mee. Die trilt, bromt en gromt zolang het duurt. En volgens mij zonder enige aarzeling of twijfel. Iedere syllabe opnieuw. Tril-grom-brom-tril.
[...]Het past nooit in de 2,5 minuten
's avonds . Het past ook niet op deze blaadjes, omdat het zich in een nagenoeg woordenloze wereld afspeelt. Wat doe ik er dan mee?[...]Ik hoorde een geluid dat ik niet thuis kon brengen. Ik op onderzoek uit. Het kwam bij het dakraam vandaan. Tikjes. Lots of tikjes. Een eindeloze stroom tikjes. Ik zag niets bijzonders en kon niet begrijpen wat ik hoorde.
Tot ik zag dat het regende. Zo klinkt dus regen. Druppels op het glas van het raam. Nooit gehoord. Nooit geweten.
Dat was slechts de opmaat. Twee dagen later gebeurt het dan toch echt.
Alles in de wereld van de fenomenen, van de zintuigelijke waarnemingen, raast dwars door me heen. Alsof ik er niet ben. Ik kan er steeds net niet bij, het niet pakken. Ik ben steeds net te laat. Alles wàs er. Toen en toen en toen. Ik ben out of sync met het nu.
Echt het gevoel dat ik dwars door muren heen kan lopen. Voordat ik me realiseer dat er een muur was, ben ik er al voorbij. De muur wàs.
Ik ga het niet proberen. Rationeel weet ik natuurlijk dat ik niet door muren kan lopen. Maar op alle andere bewustzijnsniveaus is dat inzicht helemaal verdwenen. Die kunnen alledrie door muren heen lopen.
Ik vind dit niet een prettig gevoel.
Kort daarna was de Sesshin afgelopen, maar deze waanzin heeft nog weken, zo niet maanden geduurd.
En hoewel minder vergaand en met minder nasleep, verliep mijn tweede Sesshin in januari van dit jaar, niet heel anders. Ergens in de vierde dag schreef ik:
lol. Nondeju
Eerlijkheid: een capitulatie aan de werkelijkheid. Eerlijkheid is de vinger die vastzit in het oortje van de soepkom op het moment dat die wordt overgepakt door een ander. Dàn capituleer je aan de werkelijkheid. Díe capitulatie gaat het om. Een intens nu dat vraagt om directe beleving, anders kan je niet juist reageren en ligt de soep op tafel.
Er is niets eerlijkers dan een gebeurtenis vóor de waarneming. En zeker voor er waarheden aan zijn gegeven.
Ditmaal greep Rients in voor de waanzin weer vol was ontwikkeld. Ik werd afgezonderd van de groep. Kreeg en nam meer rust en raakte via een omweg van woede en frustratie terug op aarde. Op deze aarde.
Toch heeft het opnieuw weken geduurd voor ik fysiek en geestelijk weer helemaal gekalmeerd was en de effecten van de Sesshin niet meer aanwijsbaar waren.
Overigens blijkt vooral uit de logica die ik er op nahou om de
Zoals de zon onvermijdelijk opkomt dag in dag uit, zo dienen gedachten zich aan, dringen verlangens zich op, kennen emoties hun eigen eb en vloed en wisselen slaap en wakker zijn elkaar af. Zo schommelt ook mijn betrokkenheid bij Zen en mijn training. Ik train niet iedere dag of iedere week met dezelfde interesse en intensiteit. Soms gaat er een week voorbij zonder één fatsoenlijke zit. Soms zit ik weken achtereen meerdere malen per dag alsof mijn leven er van af hangt.
Bij een Sesshin heb ik die keuze niet. Ik kan kiezen niet te gaan, maar ergens ervaar ik dat niet als een reële optie. En natuurlijk kan ik eens een zit overslaan als het me te zwaar wordt.
Maar verder zal ik zitten, zitten en zitten. Geïnspireerd door het thema van de Sesshin, door de Teisho's en vraaggesprekken, door Dokusan. En mezelf kennende zal ik zitten alsof mijn leven er van af hangt. En dat zal ook zo zijn... Die wetenschap alleen al.
Er is sinds de eerste Sesshin vorig jaar augustus een proces op gang gekomen van leren, leren, leren en nog meer leren. Bewust, onbewust, achteraf bewust. Leren. Het aantal dingen dat ik heb geleerd of aan het leren ben is oneindig. Dagelijks tref ik een nieuw leermoment en sommige daarvan zijn zeer ingrijpend.
Meerdere dingen schieten me nu te binnen: allereerst mijn excuses aanbieden als ik iets fout heb gedaan. Dat was even nieuw voor me afgelopen januari. Mezelf observeren is een groeiende vaardigheid. En benoemen wat ik zie: zo ben ik boos als tabaksrook mijn huis binnenkomt, zo ben ik verdrietig als een dier leed wordt berokkend, zo ben ik geërgerd als iemand zich ongevraagd met mij bemoeit.
Wat nog? Weten dat 'geen zin hebben' nooit een juiste aanleiding is om iets dan maar niet te doen. Dat dingen goed doen, zelfs de eenvoudigste dingen als vegen en WC's schoonmaken, echt training is en mijn ontwikkeling ondersteunt.
Geduld! Een berucht onderwerp bij mij. Ik dacht aan het woord 'dulden' en daar heb ik weinig aanleg voor. Tot mijn leraar kwam met Geduld dat is kunnen toezien hoe zich iets ontvouwt, zonder direct iets te moeten doen, zonder op de ontwikkelingen te hoeven ingrijpen. Blijven kijken. Actief niets doen.
Aha! Dat ben ik beginnen te ontwikkelen.
De middenweg gaan, ook zo'n door mij onbegrepen concept. Tot mijn leraar me uitlegde dat dat er niet over gaat dat je heel evenwichtig ver weg blijft van de uitersten die zich ook aandienen. Nee, het gaat er over dat je altijd weer naar het midden weet terug te keren. Gelijkmoedigheid is kalmeren en afstand kunnen nemen, vanuit de emotie die je ook ervaart.
Emoties, ook zo'n onderwerp... Ik leer meer en meer om een emotie niet op iemand anders te richten. Al lukt me dat volstrekt niet met boosheid, althans, niet altijd. Boosheid, walging, irritatie en ergernissen, wrevel, het bobbopt steeds weer op, niet te stuiten. Maar ik zie het, ik benoem het, ik kan het soms van de persoon wiens handelen mij irriteert, weghalen. En als dat lukt, ontstaat onmiddellijk kalmte. Midden in de boosheid die er ook is, rust.
Dat is misschien de grote winst van het oneindig leren en het fout doen en het opnieuw proberen: ruimte en rust. Een groeiende ruimte en rust. En dat is waarom ik naar Sesshins blijf gaan. De behoefte om die ruimte standvastiger te maken, te laten groeien.
Ruimte waarin het zelfs mogelijk is om tevreden te zijn met mijzelf. Blij te zijn om mijzelf. Mijzelf te vergeven. Van mijzelf te houden. Op de één of andere manier ontstaat die ruimte in de buurt van Rients. Ik hoef er niets bijzonders voor te doen, alleen maar meegaan in wat hij biedt aan ... aan ... Wat eigenlijk?
Tot op zekere hoogte is een Sesshin toch iets mysterieus. Veertig mensen die voornamelijk stil zijn met elkaar en met zichzelf, in vereniging van Geest. Misschien kan ik ditmaal mijn strengheid en hardheid wat laten varen. En eens zien of ik het schrijven tijdens de Sesshin eens wat kan verminderen. Dat laatste op aanraden van mijn leraar.
Ik begin er zowaar weer wat naar uit te zien, naar augustus. De vrees is niet minder groot, maar mijn nieuwsgierigheid is nu toch weer gewekt. En daar redde ik het de vorige twee maal ook op.
Informatie over Sesshins vind je bij Zen.nl. Daar kun je je ook inschrijven.
| Datum | Woensdag 08 juli 2009 |
|---|---|
| tijd (gmt+2) | 16:14 |
| Tags | |
| Meer | Recent/Archief |