Weblog

Vlinders

Het Oosten heeft zijn eigen taal en symboliek. Veel van de symboliek is in eerste oogopslag niet toegankelijk voor een Westerling. Maar daar zijn wel gunstige uitzonderingen op.

De beelden die worden opgeroepen in klassieke Haiku's, zijn ook voor de Westerling relatief toegankelijk. Zo is er het klassieke:

Op de tempelbel

vindt een vlinder rust.

In slaap gevallen.

Een vlinder. Een tempelbel. De geschetste situatie. Een heel open beeld, heel toegankelijk. En vaker dan eens gebruikt in de Zen-literatuur.

De parabel van de vlinder in de tempelbel

Vlinders en tempelbellen komen meer voor als beeld. Ik ben vergeten waar ik het las en ben ook de exacte tekst vergeten, maar niet de strekking van de volgende parabel:

Het is vroeg in de zomer, een zonovergoten dag. Kleuren en geuren in een lichte bries, fladderend en wiegend.

Een vlinder klapwiekt over het tempelterrein. Van bloem naar schaduw. Van zonlicht naar meeldraad.

En dan raakt ze onder een tempelbel. In de bel klom ze omhoog op haar vleugelslag en raakte al gauw de wand van de bel. En weer. En weer.

In paniek, bang, omgeven door duisternis en het weerkaatsen van het geflapper van haar eigen vleugels, doet ze poging na poging om uit de bel te ontsnappen. En keer op keer vliegt ze tegen de wanden op. Haar vleugels rafelen aan de uiteinden. Ze verliest van haar kleur. Ze raakt doodop en toch geeft ze niet op. Ze schiet van koud naar heet, van wand naar wand, van donker naar donker.

Ze raakt danig van slag en volkomen uitgeput. Ze is hongerig, dorstig, doodsbang en beschadigd.

En dan geeft ze het op. Ze geeft toe aan het duister, aan haar eigen onvermogen om dat te overwinnen of te doorbreken, aan haar afgesloten zijn van wat haar lief is, aan haar lichamelijke en geestelijke pijn.
Uitgeput, ze stopt met vliegen.

Ze kan niet anders, ze laat zich vallen, volkomen overgave, de angst voorbij, de wens voorbij, de verwachtingen voorbij.

En zie: zo ontsnapt ze uit de tempelbel. Nog voor ze op de grond valt, warmt het zonlicht haar, pakt een zoetgeurende bries haar op en geeft haar weer adem. Met enkele krachtige vleugelslagen brengt ze zichzelf naar het bloembed dat daar al die tijd was.

Toen ik deze parabel de eerste keer las (en een verwijzing naar de bron is me welkom, want ik weet niet meer waar ik het heb gelezen), liepen de tranen me over mijn wangen. Dit is bevrijding pur sang. Dit is waar het over gaat. Deze worsteling en dit soort verlichting is ieder mens bekend.

Zoals ook ieder mens bekend is met het opnieuw een tempelbel binnenvliegen. Opnieuw gevangen zijn in een donkerte die zo zwaar is dat hij zijn eigen massa krijgt. Opnieuw jezelf stukvliegen, zonder dat het ergens toe kan leiden. Een reflexmatig gevecht om zelfbehoud dat je alleen maar kan verliezen. En dan dwars door je verlies heen... opnieuw die bevrijding. De pure en eenvoudige vreugde van het zonlicht in je ogen, de koele bries op je lichaam, de zuivere lucht in je adem in.

Wat is mijn hier en nu?

Waar ben ik op dit moment? In de bel? Aan het strijden? Mezelf aan het beschadigen? Opgesloten in angst en duisternis? Onbekend met de werkelijkheid die zo eenvoudig is?

Of ben ik buiten? In het licht, in de bries? Midden in de weldadige wereld die mij laaft en lest? Hoe zoet is de lucht van mijn adem in?

Ben ik de vlinder... of toch de tempelbel?

Datumzondag 12 juli 2009
tijd (gmt+2)13:14
Tagsvlinder tempelbel Zen parabel donker strijd worsteling pijn bevrijding verlichting licht
MeerRecent/Archief
Laatste wijziging zondag 12 juli 2009, 13:14
Contact E-mail LinkedIn Facebook Twitter