Weblog

Zen als teamsport

Bijna twintig jaar geleden aasde ik bij mijn sport en passie van toen, zweefvliegen, op een uitgebreide vliegles van één bijzondere instructeur. De man, een Drenth, was lang, mager als een lat, rookte stevig (ook in het vliegtuig) en had op en om zijn gezicht overal woest en grijs haar waardoorheen hij je bijtend zijn instructies toevoegde in plat Drents. Baard en Drents beperkten de verstaanbaarheid behoorlijk, maar desondanks werd hij haast nooit verkeerd begrepen.

Die instructeur kon vliegen als een tierelier. En ondanks zijn houding die hem onbenaderbaar deed lijken, ervoer je in zijn nabijheid de onderlinge verbondenheid door de gedeelde passie van het vliegen. En van die man wilde ik instructie.
Het kostte me wat moeite, en bier, om hem te overtuigen van de oprechtheid van mijn wens, maar toen hij daarvan overtuigd was, zaten we de andere dag samen in één zweefvliegtuig. Ik ervoer opgewonden spanning en was vol verwachting. En ik was bovendien zeer in mijn nopjes.

Toelichting op het zweefvliegen

In een zweefvliegtuig zit je achter elkaar. Bij een lesvlucht zit de leerling voorin en de instructeur achterin. Ik had bij deze vlucht mijn formele papieren zoals brevetten inmiddels gehaald, en ik had ook een geringe overlandervaring.
Ik had die instructeur uitgenodigd specifiek voor overlandvlieginstructie. En hij ging er dan ook eens goed voor zitten. Ik zag zijn rechter voet naast mijn hoofd verschijnen toen hij die comfortabel neerlegde boven op het dashboard, nog voor de vlucht was gestart.

Eenmaal boven liet hij me eerst aan aantal bijzondere oefeningen doen. Oefeningen die je ook voor je examen moet doen en die je de kans geven om te laten zien in welke mate je het zweefvliegtuig echt beheerst. Toen hij tevreden was, zei hij Teuge. Ofwel: vlieg maar op Teuge aan. Ik aarzelde. De basis van de bewolking zat laag en Teuge was absoluut gezien dichtbij, maar relatief gezien toch spannend. De instructeur merkte mijn aarzeling uiteraard. Nou, kom op. Teuge! en ik kreeg een tik tegen mijn achterhoofd. Ik mompelde wat. Wil je wat leren? Nu, Teuge!
En dus ging ik op weg. Ik voelde me onzeker en bekeken en ongemakkelijk, maar ging wel op weg. Want inderdaad wilde ik wat leren. Graag zelfs.

Waar zijn die vliegtuigen?

Een aantal kilometers voor Teuge zei de instructeur Kijk eens goed om je heen en vertel mij eens wat je ziet. Hij verraste me daarmee volkomen en ik wist niet wat ik moest zien. Hoe goed ik ook keek, ik zag niets bijzonders. Apeldoorn wat links van me, snelwegen, een klaverblad, de baan van Teuge, akkers en weilanden. Niets opvallends. Hè, kijk nu goed. de instructeur maakte op alle fronten zijn reputatie volkomen waar. Ik voelde me opgelaten en raakte gejaagd en moest ook nog eens goed blijven vliegen. Zie je die vliegtuigen niet? zei de instructeur. Vliegtuigen? Waar? Ik zie echt niets dat er niet altijd is zei ik terug, mijn stem wat hoger en harder dan gebruikelijk. Correct. zei de instructeur. Zo zie je maar. Je wordt altijd weer opgehaald en komt altijd weer thuis.

Toen pas drong tot me door dat zweefvliegen een teamsport is pur sang. Hoewel je uren alleen in je vliegtuigje kan doorbrengen terwijl je honderden kilometers aflegt, kan dat alleen maar omdat je lid bent van een gemeenschap die dat voor je mogelijk maakt.

Dit bleek één van de belangrijkste lessen van mijn leven te worden. Je wordt altijd weer opgehaald en komt altijd weer thuis. In veel andere dingen is dit van toepassing. In mijn werkkring, in mijn vriendenkring, bij familie, bij mij in de straat en buurt. En zelfs in mijzelf.

Zen als teamsport

En in Zen blijkt het al niet anders. Hoewel ik het ben die op mijn kussentje zit, en daar heel alleen ben en zelfs eenzaam in kan zijn, weet ik dat ik deel uitmaak van een team, waarin ieder zijn eigen rol speelt, zijn eigen taak heeft. Een team dat mijn zitten op dat moment op die plek mogelijk maakt. Nergens anders is dat duidelijker dan tijdens een Sesshin, maar ook als ik thuis zit 's ochtends vroeg, is het team er bij aanwezig die het me mogelijk maakt daar op dat moment te zitten en dat team is dan zo groot als de wereld.

En het is Zen die me de les opnieuw leerde. Je wordt altijd weer opgehaald en komt altijd weer thuis.

Twijfel

Zen is een hopeloze onderneming. Hoezo verlichting? Wanneer dan? Wat is dat in hemelsnaam? Hoe waarschijnlijk is dat nou helemaal?
Welke keuzes maak ik voor mijn leven die Zen gerelateerd zijn? En op basis waarvan maak ik die keuzes dan? Wat wijs ik af, wat laat ik toe. Welke kant beweeg ik op? Wat is mijn doel? Waar ligt dat?
Wat weet ik nou helemaal van Zen, van Boeddhisme, van mijzelf? Wat valt er te weten? Wie zijn die mensen om mij heen? En zelfs: wat doe ik hier in vredesnaam? Twijfel alom, die van existentiëler aard is dan de twijfel tijdens een lange vlucht in een zweefvliegtuig, maar in de basis wel overeenkomsten heeft. Waar ga ik naar toe? Hoe hoog zit ik nog? Moet ik links of rechts van dat woud langs of heb ik voldoende ruimte om er overheen te vliegen? Wat doet dat onweersfront daar in de verte? Waarom wilde ik deze vlucht ook weer maken? Waar kan ik landen zonder schade? Tjé, wil ik dit wel opnieuw?
En hoe dan ook, ondanks de twijfel, blijf je op weg.

Toen Rients me in augustus 2008 vroeg Wil jij zen-leraar worden? was mijn eerste gedachte Neem jij je grootje in de maling, gek maar dat zei ik toch maar niet. Ik mompelde iets als Ik ben nog maar net begonnen met Zen. Ik weet nog van niets. Je kan niet vroeg genoeg beginnen! was de reactie. Tja, wat moet je daar nou mee? Ik zie jou nog wel mensen leren in zichzelf te zweefvliegen. vulde Rients aan. En dat raakte me heel direct en diep. Ik zag dat hij het werkelijk meende en raakte nieuwsgierig naar waarop hij dat dan baseerde. Zelf geloofde ik het nog niet zo erg namelijk. Maar Rients scheen het wel te geloven. En ik wilde weten waarom.

Vertrouwen en Moed

Ik heb dat waarom nog niet ontdekt overigens :-) Maar wat wel is gegroeid is de verbondenheid met déze gemeenschap, dìt team. Net zo diep als voorheen bij het zweefvliegen het geval was. Ik heb vaker gezegd toentertijd Ik heb geen religie nodig. Zweefvliegen is mij religieus genoeg. En dat meende ik oprecht en nog denk ik dat zweefvliegen voor mij inderdaad óók religieus van aard was.
Vlak nadat ik gestopt was met zweefvliegen kwam Zen-Boeddhisme op mijn pad. En vlotjes stapte ik over op een hele nieuwe weg.

Één van de dingen die me dat mogelijk maakten, is het besef dat Zen een teamsport is. Een team, dit team onder andere, met een teamcaptain, spelers van allerlei niveau, eigen spelregels, eigen groepsdynamiek, en een eindeloze reeks trainingen in je eentje, om eens in de zoveel tijd, jaarlijks, halfjaarlijks, je wedstrijd te kunnen spelen. Geen winterstop, geen zomerreces.

Zen als teamsport. Zen als teamsport kùnnen zien, het wéten Je wordt altijd weer opgehaald en komt altijd weer thuis. vergt een rotsvast vertrouwen. Het vertrouwen waarmee ik bij mijn startveld wegvloog, keer op keer. Het vertrouwen om mezelf meer en meer toewijding toe te staan aan Zen, aan Zen-Boeddhisme, aan de gemeenschap waar ik deel van uitmaak. Het vertrouwen dat moedig maakt om stappen te zetten met onvoorziene uitkomsten. Één stap tegelijk, maar toch volkomen ongewis.

Zen als teamsport. De basis van twijfel, vertrouwen en moed. Je wordt altijd weer opgehaald, en komt altijd weer thuis. Ook als dat thuis op een volkomen andere plek blijkt te liggen dan je oorspronkelijk dacht. Ook als je jezelf moet ophalen.

Je wordt altijd weer opgehaald, en komt altijd weer thuis.

HO MON MU RYO SEI GAN GAKU

Datumdonderdag 10 september 2009
tijd (gmt+2)14:13
Tagszen Zen-boeddhisme zweefvliegen thuiskomen team teamsport gemeenschap toewijden leren
MeerRecent/Archief
Laatste wijziging donderdag 10 september 2009, 14:13
Contact E-mail LinkedIn Facebook Twitter