Gisteren was het een drukbezette dag.
Op de eerste bijeenkomst had ik me verheugd. Iemand van de deelnemers verzorgt altijd de inleiding, waarna we daar als groep mee aan de slag gaan. Deze keer ging het over muziek, Zen en muziek, en Universeel Soefisme. Belangrijk onderdeel van de bijeenkomst was een
Tot mijn eigen verrassing en verwondering kreeg ik het niet voor elkaar om met de improvisatie actief mee te doen. Volkomen geblokkeerd... Ik durfde mijn ritme geen geluid te geven. Ik vond geen aansluiting. Ik vond geen moment waarop ik wist hoe ik de stilte zou kunnen verbeteren.
'Eenzaamheid' dreunde het ergens achter mijn voorhoofd tussen mijn wenkbrauwen. 'Eenzaamheid'. Dit zou het kunnen zijn, die eenzaamheid van mij die kennelijk zo zichtbaar is dat Rients geen moment leek te aarzelen om het me te laten zien.
En herinneringen kwamen in de laatste zitperiode met de zondaggroep. Hoe ik mezelf niet anders ken dan op afstand en vervreemd van groepen, zeker als die geluid beginnen te maken, druk bewegen of anderszins zich roeren als groep. Ook op de lagere school wist ik me bij improvisaties geen raad met die triangel in mijn linker hand en het aanslagstaafje in mijn rechter. Aritmisch, volkomen los van het proces van de groep, sloeg ik steeds wanhopiger wordend zo'n beetje tegen die driehoek. En steeds verraste het geluid me en hoorde ik hoe het niet klopte met wat de groep deed.
De zit verwerd tot ongeduldig wachten tot hij was afgelopen toen we met de groep uit de tijd liepen. Ik dreigde mijn trein naar Nijmegen te gaan missen en was met alles bezig dat daarmee te maken had. Ik zat onrustig, hoorde de ongetwijfeld mooie muziek die was opgezet niet meer en wilde maar één ding: wegwezen. Weg uit mijn onrust en opweg naar Nijmegen.
Vlak voor het fatsoenlijk kon, stond ik op en maakte ik me uit de voeten. Ik schoot in mijn schoenen, sloot de garderobe af en sprintte naar het station van Utrecht. De trein die ik eigenlijk had willen hebben, was al weg, maar de volgende wilde ik beslist niet missen. Miste ik die, dan zou ik te laat komen.
Ik rammelde van de honger. Ik was rond vier uur al wakker geworden en had niet veel later ontbeten. Maar er was geen tijd om een lunch te kopen. Reizen met honger en hopen dat de lunch in Nijmegen niet al op zou zijn.
Vanuit mijn ooghoeken zie ik mensen rennen wanneer er een perronwissel wordt omgeroepen. Pas als hij vlak bij me is, herken ik opeens Willem. Hè? Wat doet die nou hier?
De sleutels van de Oudegracht en van de binnendeuren aldaar, blijken in Willems jaszak te zitten. En de jas hangt in de garderobe, die ik zojuist zo netjes weer had afgesloten. De groep kon niet weg, omdat niemand bij zijn jas of schoenen kon komen.Terwijl Willem probeerde om de juiste sleutel van mijn sleutelring te halen (wat heel moeizaam was omdat ik de slappe ring had dichtgebonden met tape), kwam mijn trein voorrijden. Ik stapte in en Willem had nog mijn sleutels. Plots bedacht ik me dat hij ze vooral moest houden. Ik wilde weg, hij had die sleutels nodig. Ik zou er wel voor terugkomen na Nijmegen. Ik had ze uiteraard ook nodig. Het was mijn hele bos immers. Inclusief mijn huissleutels. Deuren toe, en de trein trok op, weg van Utrecht.
Rust. Een uurtje rust. Hongerige rust. Even niets.
En ik ervoer een toenemende angst om bij Zen.nl binnen te stappen. Ik was opnieuw in mijn oude valkuil getrapt. Na het zeer confronterende berichtje van Rients, lag ik overhoop met mezelf. Ditmaal wist ik een reactie vierentwintig uur uit te stellen. En ik wist hem kort te houden. Beter was het geweest niet te reageren, maar dat merkte ik pas de volgende dag.
Hoe stap je op iemand af als je je eigenlijk voor jezelf schaamt? Als je beseft dat je zo ontzettend veel verkeerd doet en weet dat die ander dat nog veel beter ziet dan jij. Veel eerder doorheeft dan jij zelf bovendien. En waarschijnlijk ook weet hoe het wel moet, terwijl jij nog spartelt in je eigen onvermogen en onbenul. Hoe kom je die ander dan onder ogen?
Simpel, door binnen te lopen en er te zijn. Al was mijn nek klam van het zweet door stress van schaamte en angst.
En van het dreigende te laat te komen. Maar ik was op tijd gelukkig. Nipt, maar vroeg genoeg voor broodjes. Net te laat voor thee.
Gedurende de bijeenkomst van de middag merkte ik hoe onzeker ik ben geworden. Een jaar geleden ervoer ik geen enkele remming en bracht ik mijn meningen en visies gevraagd en ongevraagd naar voren. Nu zocht ik, aarzelde ik, vertrouwde mijn eigen instincten en inzichten maar half of nog minder.
Door toeval kwam ik recht tegenover Rients te zitten in de tweede helft van de bijeenkomst. Daar voelde ik me al helemaal niet op mijn gemak. God, wat voelde ik me ongelukkig en ongemakkelijk.
Het gekke is dat Rients niets laat merken van wat hij vindt. Hij groet vriendelijk, is in zijn aanspreken van mij niet anders dan in het aanspreken van anderen, geeft me geen reden om bang te zijn of me te schamen in zijn buurt. Maar stelt me ook niet gerust. Kennelijk moet ik dit zelf uitvechten. Met... met mezelf.
Die valkuil weet ik dan inmiddels tenminste mis te houden: ik leg het gevecht niet meer buiten mijzelf en zoek geen ruzie meer met anderen, zoals met Rients of Willem. Dat is werkelijk nieuw, realiseer ik me nu. Geen oorlogstooi en strijdkreten meer die ik richt op leraren of vrienden of anderen.
Midden in mijn schaamte voor al dat ik fout doe, ontstaat opeens ontroering om die ene les die ik dan toch geleerd lijk te hebben.
In volledige buiging, voor mijn leraren...
HO MON MU RYO SEI GAN GAKU _/I\_
| Datum | maandag 28 september 2009 |
|---|---|
| tijd (gmt+2) | 08:54 |
| Tags | leren lessen schaamte fouten leraren bewustwording doorzien |
| Meer | Recent/Archief |