Weblog

Rood

Iemand die niet van zichzelf houdt, kan geen Zen-leraar zijn. zegt Rients. En, oeh, wat meent hij dat serieus. Het snijdt dwars door me heen. Ík hou van jou, Barbara. vervolgt hij met zijn typische Friese tongval, diepe tembre en de rollende R'en in mijn naam. Mijn maag krimpt ineen. Wanhopig poog ik om ieder per ongeluk contact tussen onze jasmouwen te vermijden, al moet ik er struikelend voor voortgaan, meer naast het smalle pad dat we samen lopen, dan er op.

Hij kent me niet denk ik bij mezelf. Als hij me zou kennen, werkelijk zou kennen, zou hij niet van me kúnnen houden. Zoals het mijzelf ook onwaarschijnlijk voorkomt dat ik ooit onvoorwaardelijk van mezelf zou kunnen houden. Hoe zou ik kunnen? Wetende? Wetende dat ...

Ik heb dingen gedaan in mijn leven. Nare dingen. Twintig jaar geleden, vijfentwintig, achtentwintig jaar geleden. Onuitwisbaar zijn ze in mijn geheugen gegrift. Een brok van spijt, schaamte en ellende overvalt me, steeds als ik er aan terugdenk. Bij mijn buigingen, vandaag, gisteren, de hele week al, druk ik berouwvol mijn hoofd tegen de vloer en vind ik het moeilijk om weer overeind te komen. Tranen lopen langs mijn gezicht.

Ik hou van jou. Een mantra die quite haunting is voor me. Als ik hem gebruik op mijn kussen of tijdens het reizen, de kralen van mijn nenju tussen mijn duim en vinger voort bewegend, raak ik intens verdrietig. Ik zou terug willen kunnen gaan in de tijd om schade te voorkomen of te herstellen. Om schuld te bekennen en straf te ondergaan.

Ik hou van jou. Ik brand vanbinnen. Hoe ga ik mezelf vergeven? Hoe heel ik van self inflicted wounds? Hoe accepteer ik grove fouten van mijzelf? Hoe zie ik door de imperfectie heen zonder verwijt? Hoe kijk ik mezelf aan? En vanuit mijzelf en mijn fouten en mijn imperfectie, hoe kijk ik naar andere mensen? Kan ik ze aankijken en zeggen Ik hou van jou?

Oefen maar op mij zei Rients. En daar stonden we, midden in het bos. Hij afwachtend, mij aankijkend, armen langs zijn lijf, kwetsbaar in zijn ontvankelijkheid. Ik draalde, aarzelde. Ik denk niet dat ik dat tegen iemand heb gezegd ooit. Ik wilde weg. Weg hier! Weg uit het moment. Met een ruk wendde ik mijn hoofd af. Ik kan het niet. Ik liet hem daar staan. Eigenlijk liet ik hem barsten. Hij kan wel tegen een stootje, maar ik vond het niet leuk. Naar mens dacht ik bij mezelf.

Rients hield de rode draad goed vast. Rood is de kleur van de liefde. Rients is uitzonderlijk spontaan. Niet alleen in ons gesprek, maar eigenlijk altijd, voor zover ik hem heb kunnen waarnemen. Nooit heb ik daarbij de indruk dat een woord of gebaar toevallig is. Steeds weer blijkt hij uiterst zorgvuldig en doelgericht te zijn. Who's afraid of red, yellow and blue?

Iemand was er bang van. Met een mes zette hij zo'n tien jaar geleden grote horizontale halen door het rood. Niet door het blauw. Niet door het geel. Door het rood. Iemand was bang van het rood. Het rood. Bang van de liefde.

Ik begin dat te begrijpen. Liefde, onvoorwaardelijke liefde, kan ik alleen maar aan als ik mijzelf accepteer. Liefde om te ontvangen. Liefde om te geven. Liefde om te hebben. Liefhebben. Mezelf liefhebben en door mijzelf alle andere dat er is.

Misschien zou je [dat en dat] radioprogramma voor me willen uitwerken? Het is een radiouitzending van zo'n maand geleden. Een uur waarin verschillende sprekers over geluk praten. Dat kan ik natuurlijk doen, dat uitwerken.
Één jaar oude eikjes staan zich voor te bereiden op bladverlies. Kniehoog bloedrood blad rond om ons.

Bij Rients is er geen sprake van toeval en zelfs in het uitwerken van de radiouitzending bleek een zeer waardevolle les te zitten. Eigenlijk opnieuw over liefde. Liefde voor mijzelf, voor wat ik nu doe. Liefde waarme je je verbindt met activiteiten, met organisatie, met andere mensen. Steeds weer dat rood!

Ik hou van jou. En mensen waar ik van hou moeten goed voor zichzelf zorgen, zodat ze gezond blijven. Dus, huiswerk, jij gaat zeven dagen... zes van de zeven dagen per week gezond eten. Zo direct en duidelijk heb ik nog geen instructie gehad sinds ik de eerste keer op een kussentje kwam te zitten en me werd uitgelegd hoe ik mijn handen houden moest. Gezond eten. Goed voor mezelf zorgen.

Goed voor mezelf zorgen. Mezelf waardevol genoeg vinden om gezond te willen zijn en blijven.

Ik lik mijn tranen van mijn bovenlip.

Datumzondag 25 oktober 2009
tijd (gmt+2)16:14
Tagsliefde 'houden van' onvoorwaardelijk rood imperfectie fouten schuld vergeving
MeerRecent/Archief
Laatste wijziging zondag 25 oktober 2009, 16:14
Contact E-mail LinkedIn Facebook Twitter